Jaarlijks verschijnen honderden boeken die een serieuze bespreking verdienen. Sommigen weten daarbij ook de tijdsgeest te vatten. Een enkele heeft een grensoverschrijdende impact. Waarom werd uitgerekend Piketty’s Kapitaal in de 21ste eeuw zo’n boek?
In de voorafgaande vier afleveringen van deze serie over Thomas Piketty’s Kapitaal in de 21e Eeuwheb ik kort uiteengezet waarom zijn theoretische en empirische vindingen niet kloppen, waarom zijn beleidsvoorstellen meer kwaad dan goed zullen doen, en waarom zijn voorspellingen me onnodig dramatische doemscenario’s lijken. In dit vijfde en laatste deel is het tijd voor de receptie, en zal ik proberen te verklaren waarom zijn boek dan toch zo serieus is genomen en waarom het vooral op links om allerlei redenen is geprezen.
Eerste de meest voor de hand liggende reden: Piketty’s analyse en aanbevelingen zijn nogal links. En zo zijn ze dan ook wel weer: als iemand je komt vertellen dat je altijd gelijk hebt gehad en al je plannen precies zijn wat de wereld nodig heeft, dan gaan ze niet staan zeuren dat je gulp open staat, of dat de koffie koud is.
Maar er wordt een hoop geschreven ieder jaar, en veel daarvan is links. Lang niet al die boeken worden gelezen en ze worden zeker niet allemaal geprezen. Maar dit keer lukte het dan toch, en daarvoor zie ik drie hoofdredenen.
De timing van de publicatie van Kapitaal is achteraf bezien ideaal geweest, en dat had eenvoudig anders kunnen zijn. Tijden van economische crisis, recessie, en werkloosheid drijven de vraag naar verhalen van economen op. Desalniettemin liet Kapitaal geen overweldigende indruk achter in Frankrijk toen het oorspronkelijk uitkwam, in september 2013. Dat is niet verbazingwekkend, gezien de steun die inkomensbelastingtarieven van 70% (gecombineerd met een BTW van 20%) ten zuiden van Kortrijk toentertijd al genoten, zelfs binnen regeringskringen, en gezien de prominentie van andere pseudo-marxiaanse intellectuelen. De Engelse vertaling (van bijna een jaar geleden) veranderde dat: linkse Democraten en hun kameraden in academie en pers die zowel binnen als buiten verkiezingstijd steeds weer over ongelijkheid en de 99% wilden praten hadden eindelijk hun intellectueel baken gevonden.
Dat effect werd versterkt door Piketty’s standing als academisch econoom. Publicaties in alle top-journals in de academische economie (de Quarterly Journal of Economics, Econometrica, de Journal of Political Economy, en de American Economic Review) waar veel van Kapitaal op gebaseerd is, een verleden als universitair docent bij MIT, en co-auteurs bij Berkeley, Harvard, en Oxford zorgden ervoor dat zijn werk ook in het Angelsaksische publieke debat serieus genomen werd. Toonaangevende opiniemakers, maar ook Nobelprijswinnaars (Krugman, Solow), een oud-minister (Summers), en voormalige voorzitters van de Raad van Economische Adviseurs (Feldstein, Mankiw) hebben allemaal recensies geproduceerd van Kapitaal – en dat gebeurt zelden.
Maar goed, Krugman zelf, met z’n Nobelprijs, schrijft ook allerlei linkse dingen over inkomensongelijkheid, en wordt inmiddels in het algemeen genegeerd door de niet-leden van zijn fanclub. Wat Piketty’s werk onderscheidt van dat van veel anderen is zijn ambitieniveau: zijn boek bestrijkt meerdere continenten en honderden jaren, het behandelt onderwerpen die variëren van beloningen voor CEOs tot erfenissen, en het refereert af en toe aan romans en TV-shows. En heel vaak aan de film Titanic.
Dat laatste deed ’t hem, denk ik.
from AEI » Latest Content http://ift.tt/1Lt4O7E
0 التعليقات:
Post a Comment